Plantensignaturen
![]() |
DE ROOS Soms, voorbij de eerste zonnestraal |
De rozenplant spreekt tot haar verbeelding. Er is geen plant die op zovele manieren, al duizenden jaren, als een symbool wordt gezien. Paradoxaal genoeg staat ze als het beeld voor leven en dood, voor hemelse volmaaktheid en voor aardse verlangens, voor maagdelijkheid en vruchtbaarheid. De roos wordt symbool gezien van de godinnen Isis en Venus, maar ook van het bloed van Osiris, Adonis en Christus.
Bekijk je een rozenstruik van nabij, dan zie je hoe hij uit de grond groeit met een recht stammetje dat op een stevig wortelstelsel staat. Uit deze onderstam groeien haaks verschillende takken, die al snel houtig worden. Hij lijkt het midden te houden tussen een boom en een struik. Hij is van top tot teen bedekt met doornen. Ze zien er niet echt gevaarlijk uit, al kunnen ze behoorlijk onaangenaam prikken als je een tak probeert af te breken of een bloem wil stelen.
Iets van haar geheim is te ontdekken in haar rozenbladeren. Deze groeien in de vorm van een veer aan een stengel. Meestal met vijf bladeren aan een takje. Dat heeft iets geheimzinnigs, zoveel symmetrie. En aan het uiteinde van de takken zonder doornen vormt de plant haar bloemknoppen. Daar ontvouwt zich wederom in volledig harmonische vorm, een rozenbloem. Stralend, fluweelzacht en geurend. In een volmaakte cirkel zet de roos haar bloemblaadjes op de basis van de bloem. In een vijfster, een pentagram, groeien vijf groene kelkbladeren om vijf kroonbladeren. Naar binnen toe volgt een krans van meeldraden.
Een roos vormt in haar mysterieuze verschijning als het ware een middelpunt tussen hemel en aarde. Met haar krachtige wortels grijpt de roos diep in de bodem en door haar stam en takken stroomt de levenskracht die ze omvormt tot haar bloemen en geur.
De roos kent inmiddels veel varianten, maar de vijfhoek , het pentagram, blijft haar grondvorm. Net als de roos, is dit al duizenden jaren een belangrijk symbool. Elke cultuurstroming geeft haar eigen uitdrukking en waarde aan de vijfster. Volgens Aristoteles bestond de kringloop van de kosmos bijvoorbeeld uit vijf elementen: aarde, lucht, water ,vuur en ether. Dit laatste was geen aards element, maar zorgde voor de beweging van de hemellichamen. In de alchemie kent men de quita essentia, de vijfde essentie. Dit is de steen der wijzen die het mogelijk moest maken onedele metalen in goud om te zetten of, in overdrachtelijke zin, het innerlijk van de mens verheffen tot een spiritueler niveau.
Opvallend is dat je de vijfster niet vindt in het mineralenrijk. Hij staat voor de levende wereld. Daar waar ontwikkeling te vinden is, daar waar iets in wording is.
bron: weleda achtergrondboekje roos, vorstin van de vorm
DE LELIE
